Close

VERKEERSSTRAFRECHT

Heeft u een dagvaarding ontvangen voor rijden onder invloed, verlaten plaats ongeval, rijden met een ongeldig/geschorst/ingevorderd rijbewijs of rijden zonder rijbewijs, het veroorzaken van een verkeersongeval of overtreding van de maximumsnelheid? Neem dan direct contact met ons op! 

Deze strafbare feiten zien op overtreding van de Wegenverkeerswet (WVW) en de Regeling verkeersvoorschriften (RVV). De Wegenverkeerswet omvat zowel overtredingen als misdrijven. De meest voorkomende misdrijven en overtredingen zijn:


Artikel 5 WVW – gevaarlijk rijgedrag

Dit artikel staat ook wel bekend als het zogenoemde ‘kapstokartikel’. Het gaat in dit geval om een overtreding en dus zult u worden gedagvaard voor de kantonrechter. De vraag is uiteraard welke gedraging door een rechter wordt gezien als gevaarzettend in de zin van artikel 5 WVW? Hier is geen eenduidig antwoord op te geven, maar de Hoge Raad heeft wel bepaald dat er door de verweten gedraging, in het licht van alle omstandigheden van het geval, een reëel mogelijkheid van schade voor personen en/of goederen wordt gecreëerd[1]. Het simpelweg niet verlenen van voorrang aan een fietser betekent dus nog niet dat dit automatisch leidt tot een veroordeling voor artikel 5 WVW.


Artikel 6 – verkeersongeval door schuld

Artikel 6 WVW heeft betrekking op een ieder die aan het verkeer deelneemt, dus ook bijvoorbeeld voetgangers. De kern van het verwijt bij overtreding van artikel 6 WVW is, dat er sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid (schuld). Voor de vaststelling van de mate van schuld heeft de Hoge Raad bepaald, dat dit aankomt op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval[2]. Er valt niet specifiek te zeggen wanneer er dus sprake is van schuld. Naast de aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, bestaat er nog de strafverzwarende omstandigheid in de zin van roekeloosheid. Van roekeloosheid is sprake, indien kan worden vastgesteld dat iemand zeer onvoorzichtig gedrag heeft getoond, waarbij welbewust en met ernstige gevolgen aanvaardbare risico’s zijn genomen. Van roekeloosheid is in zeer uitzonderlijke gevallen sprake en kan dus niet zonder slag of stoot bewezen worden verklaard. Het is dan ook in uw belang om, in een zo vroeg mogelijk stadium, u te laten bijstaan door een van onze gespecialiseerde strafpleiters. Tezamen met u kijken we of er op basis van het door justitie samengestelde dossier wel voldoende wettig en overtuigend bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring en welke verdedigingsstrategie moet worden ingezet om uw zaak tot een zo goed mogelijk einde te brengen.


Artikel 7 WVW – verlaten plaats ongeval

Het verlaten van een plaats ongeval staat als volgt in de wet omschreven: “Het is diegene die bij een verkeersongeval is betrokken of door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt, verboden de plaats van het ongeval te verlaten indien: Bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander is gedood dan wel letsel of schade aan en ander is toegebracht; Daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand wordt achtergelaten”. Er moet dus sprake zijn van een verkeersongeval waarbij u in juridische zin betrokken moet zijn geweest, of u moet een verkeersongeval hebben veroorzaakt. Een passagier die passief meerijdt is bijvoorbeeld niet verplicht om op de plaats van het ongeval te blijven, aangezien hij niet kan worden aangemerkt als betrokkene in de zin van artikel 7 WVW. Daarnaast dient te worden vastgesteld of u wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat u betrokken was bij een verkeersongeval of een verkeersongeval hebt veroorzaakt. Indien u ontkend bewust te zijn geweest van een verkeersongeval, dan is het aan justitie om op basis van de overige bewijsmiddelen in het dossier de wetenschap vast te stellen. Hierbij kunt u denken aan getuigenverklaringen. Dé strafpleiters kunnen u hierbij voorafgaand aan het verhoor goed op voorbereiden en tijdens het verhoor bijstaan!


Vervolgingsuitsluitingsgronden

In artikel 184 WVW en artikel 7 lid 2 WVW zijn twee vervolgingsuitsluitingsgronden opgenomen. Artikel 184 WVW bepaald dat een bestuurder niet langer strafbaar is, indien de bestuurder zich binnen 12 uur na het verkeersongeval uit eigen beweging meldt bij de politie en de identiteit van zijn motorrijtuig bekend maakt. De melding moet wel vrijwillig zijn. Deze is niet vrijwillig als de bestuurder weet dat de politie naar hem op zoek is en zich dan pas meldt bij de politie[3]. De tweede vervolgingsuitsluitingsgrond staat vermeld in artikel 7 lid 2 WVW. Deze uitsluitingsgrond geldt als de bestuurder op de plaats van het verkeersongeval behoorlijk de gelegenheid heeft geboden tot vaststelling van zijn identiteit en dat van zijn motorrijtuig. Er is een situatie denkbaar waarbij de bestuurder de gelegenheid heeft geboden, maar de ander hier geen gebruik van maakt. De bestuurder kan dan niet veroordeeld worden voor artikel 7 WVW gelet op deze uitsluitingsgrond[4]. Een ander kan ook namens de bestuurder behoorlijk de gelegenheid bieden tot vaststelling van de identiteit van de bestuurder en het motorrijtuig[5].


Artikel 8 WVW – rijden onder invloed

Rijden onder invloed is strafbaar gesteld in artikel 8 WVW en betreft zowel alcohol als drugs of medicatie die de rijvaardigheid beïnvloeden. De wet maakt een onderscheid tussen beginnend bestuurders en gevorderde bestuurders. De wettelijke toegestane hoeveelheid alcohol is voor beginnend bestuurders bepaald op 88 ugl en voor gevorderde bestuurders op 220 ugl. Voor drugs of medicatie die de rijvaardigheid beïnvloeden zijn geen hoeveelheden vastgesteld, maar wordt middels een bloedtest of urinetest door het NFI bepaald in hoeverre de rijvaardigheid was beïnvloed. Een voorwaarde voor een veroordeling wegens artikel 8 WVW is dat er sprake moet zijn van een bestuurder van een motorrijtuig. Als niet vast staat wie de auto heeft bestuurd, dan kan dit leiden tot een vrijspraak. Hiertegen moet dan wel gemotiveerd verweer worden gevoerd. Als bestuurder wordt aangemerkt, degene die de bedieningsorganen van een motorrijtuig hanteert en door middel daarvan de voortbeweging en de rijrichting van het motorrijtuig beïnvloedt[6]. De Hoge Raad heeft echter in een aantal uitspraken geoordeeld dat er ook dan sprake is van een bestuurder indien een automobilist de auto parkeert, de auto duwt en het achter het stuur zitten als het voertuig wordt gesleept. Het gerechtshof Leeuwarden heeft echter bepaald dat het enkele aantreffen van een persoon op de bestuurderszitplaats van een geparkeerde stilstaande auto, waarvan de motor draait, niet voldoende is om als bestuurder aan te merken. Van belang is wel dat die persoon ontkent te hebben gereden[7].

Klaagschrift

Indien u wordt aangehouden wegens rijden onder invloed en u meer dan 570 Ugl en als beginnend bestuurder meer dan 350 Ugl blaast, zal uw rijbewijs worden ingevorderd en opgestuurd naar de officier van justitie. De officier van justitie heeft dan 10 dagen de tijd om een beslissing te nemen over uw ingevorderd rijbewijs. Er zijn dan drie mogelijkheden: de officier van justitie besluit het rijbewijs aan u terug te geven, de officier van justitie besluit tot inhouding van uw rijbewijs of de officier van justitie verzuimd binnen de termijn van 10 dagen een besluit te nemen. In dat geval moet het rijbewijs aan u worden teruggegeven. De beslissing omtrent uw rijbewijs krijgt u schriftelijk en wordt naar uw adres opgestuurd. Mocht de officier van justitie besluiten om uw rijbewijs in te houden, dan heeft u de mogelijkheid om een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank. De rechtbank bepaald dan aan de hand van uw persoonlijke omstandigheden of u het rijbewijs voorlopig terugkrijgt. De rechtbank maakt hierbij een belangenafweging tussen uw persoonlijk belang en het maatschappelijk belang van de verkeersveiligheid. Een aantal persoonlijke belangen kunnen spoedeisend en doorslaggevend zijn om het rijbewijs voorlopig aan u terug te geven. U kunt hierbij denken aan: werk, omgangsregeling met de kinderen, verplichte alimentatiebetalingen, mantelzorg etc. Het persoonlijk belang moet in het klaagschrift zoveel mogelijk worden onderbouwd met bewijsstukken zoals bijvoorbeeld een salarisspecificatie, arbeidsovereenkomst of uittreksel KvK. Mocht uw rijbewijs zijn ingevorderd door de politie, neem dan dus direct contact met ons op! Op basis van de uitslag ademanalyse en uw persoonlijke omstandigheden, kunnen wij direct een inschatting maken of de officier van justitie zal overgaan tot inhouding van uw rijbewijs. Indien dit het geval is, dan kunnen wij direct een klaagschrift indienen. Wij adviseren u dan ook niet om de 10 dagen termijn af te wachten.


Recidiveregeling

Met ingang van 1 juni 2011 is de recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten, artikel 123b WVW, in werking getreden. Indien een rijbewijshouder binnen 5 jaar tweemaal wordt betrapt op het rijden onder invloed en er dus tweemaal sprake is van een onherroepelijke veroordeling, is de recidiveregeling van toepassing. Voor de tweede onherroepelijke veroordeling geldt dat er minimaal sprake moet van zijn 570 Ugl dan wel een promillage van meer dan 1,3. Zoals reeds aangegeven is een tweede onherroepelijke veroordeling vereist. Met een onherroepelijke veroordeling wordt ook een strafbeschikking bedoeld. Indien de recidiveregeling van toepassing is, wordt uw rijbewijs van rechtswege ongeldig verklaard en dient u het rijbewijs in te leveren. U kunt weer in het bezit komen van een nieuw rijbewijs, indien u aantoonbaar voldoet aan de eisen van rijvaardigheid en rijgeschiktheid zoals vermeld in het Reglement rijbewijzen. Het RDW zal u schriftelijk berichten dat uw rijbewijs ongeldig is verklaard. Het van rechtswege ongeldig verklaren van het rijbewijs staat geheel los van de strafzaak. De rechter zal bij het rijden onder invloed aan u slechts een rijontzegging opleggen voor een bepaalde duur gecombineerd met een geldboete. Het van rechtswege ongeldig verklaren van uw rijbewijs gebeurt dus niet door de rechter, maar vloeit automatisch voort uit de wet waarbij het RDW deze wettelijke bepaling uitvoert.


Artikel 9 WVW – rijden met een geschorst en/of ongeldig verklaard rijbewijs

Het rijden nadat uw rijbewijs ongeldig is verklaard of tijdens de ontzegging van de rijbevoegdheid, is strafbaar gesteld in artikel 9 WVW. Bij een verdenking van overtreding van artikel 9 WVW zal het gaan om de vraag of er inderdaad een ontzegging van de rijbevoegdheid bestond of dat het rijbewijs ongeldig was verklaard, en of vastgesteld kan worden dat u daarmee bekend was. In die zin dat u als verdachte wist of redelijkerwijze moest vermoeden dat uw rijbewijs ongeldig was verklaard dan wel sprake was van een ontzegging van de rijbevoegdheid ten tijde van de gedraging. Als u zelf ontkent bekend te zijn met een ontzegging van de rijbevoegdheid of dat uw rijbewijs ongeldig is verklaard, dan moet deze bekendheid worden vastgesteld aan de hand van de bewijzen in het dossier. Wanneer de beslissing tot ongeldig verklaring van het rijbewijs of de ontzegging van de rijbevoegdheid in persoon aan u is betekend, staat de (veronderstelde) bekendheid (wetenschap) daarmee vast. Is dit niet het geval, dan is het zeker van belang om een gespecialiseerd strafpleiter hier verweer op te laten voeren! Gespecialiseerde rechtsbijstand van een advocaat is noodzakelijk. Volgens de LOVS oriëntatiepunten van de rechtspraak staat er op overtreding van dit misdrijf een gevangenisstraf van twee weken! Zorg er daarom voor dat u ten spoedigste contact met ons opneemt. Gezien onze praktijkervaring zijn wij in staat om – zeker bij een eerste overtreding van dit misdrijf – een rechter te bewegen om in plaats van een gevangenisstraf over te gaan tot het opleggen van een taakstraf. U kunt in een dergelijk geval rekening houden met een werkstraf van 20 á 40 uur.


Artikel 107 WVW – rijden zonder rijbewijs

Een bijzondere variant in de Wegenverkeerswet betreft artikel 107 WVW. Veel mensen denken dat het rijden zonder rijbewijs hetzelfde is als het rijden tijdens een rijontzegging. Het verschil is dat het rijden zonder rijbewijs een overtreding is. Dit zegt overigens niets over de hoogte van de straffen bij een bewezenverklaring van dit strafbare feit! Het begint met een geldboete als first offender, maar zeker bij recidive kunt u al een onvoorwaardelijke hechtenis opgelegd krijgen. Daarom is het uiterst noodzakelijk om bijstand te krijgen van een gespecialiseerd strafpleiter! Voor onze gespecialiseerde juridische bijstand kunt u vrijblijvend uw zaak bij ons aanmelden.


Tips & Tricks

Zolang u nog geen gespecialiseerd advocaat heeft gesproken, adviseren wij u om u te beroepen op uw zwijgrecht (art. 29 Sv). Zorg er bovendien voor dat u geen bewijs tegen uzelf creëert door – los van een formeel politieverhoor – toch op vriendelijke wijze een gesprek aan te gaan met de politie. De politie kan namelijk altijd hetgeen u op vrijwillige basis hebt verteld, opnemen in een zogeheten proces-verbaal van bevindingen. Een dergelijk proces-verbaal van bevindingen is ‘dodelijk’, omdat alles wat daarin gerelateerd staat op ambtseed of ambtsbelofte is. Op grond van artikel 344 lid 2 Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar! Dagvaarding ontvangen? Bent u al verhoord door de politie en heeft u nu een dagvaarding ontvangen? Dan is het van belang om onmiddellijk contact op te nemen met een gespecialiseerd advocaat. Dé strafpleiters weten precies welke verweren zij moeten aanvoeren ten overstaan van de rechter! Voor onze gespecialiseerde juridische bijstand kunt u vrijblijvend uw zaak bij ons aanmelden.

HEBT U EEN ADVOCAAT NODIG?

Wij strijden samen met u!