Close

3 oktober 2020

Wijziging van de wettelijke regels omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling

Op 23 juni 2020 heeft de Eerste Kamer ingesteld met het ingediende wetsvoorstel Straffen en Beschermen. Dit brengt onder andere belangrijke veranderingen met zich mee als het gaat om de wettelijke regeling rondom de voorwaardelijke invrijheidstelling ook wel v.i. genoemd.

Huidige regeling

De huidige v.i. regeling staat omschreven in artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

In lid 1 van dit artikel wordt bepaald:

“De veroordeelde tot vrijheidsstraf van meer dan een jaar en ten hoogste twee jaren, wordt voorwaardelijk in vrijheid gesteld wanneer de vrijheidsbeneming ten minste een jaar heeft geduurd en van het alsdan nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf eenderde gedeelte is ondergaan”.

In lid 2 wordt bepaald:

“De veroordeelde tot tijdelijke gevangenisstraf van meer dan twee jaren wordt voorwaardelijk in vrijheid gesteld wanneer hij tweederde gedeelte daarvan heeft ondergaan”.

Uitzonderingen op de v.i. staan vermeld artikel 15 lid 3 Sr namelijk:

  1. “de rechter op grond van artikel 14a heeft bepaald dat een gedeelte van de vrijheidsstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd” (voorwaardelijke straf);
  2. “de rechter een last als bedoeld in artikel 14g, eerste lid, heeft gegeven” (tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf);
  3. “de veroordeelde een vreemdeling is die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000

De simpele redenering dat een ieder in Nederland maar slechts 2/3 van zijn straf moet uitzitten, is gelet op dit artikel dus niet juist. Als de opgelegde straf een voorwaardelijk kent, dan moet het deel dat onvoorwaardelijk is opgelegd volledig worden uitgezeten. Er geldt dan geen v.i.

Betreft de opgelegde gevangenisstraf minder dan 2 jaar, dan is de 2/3 regeling van toepassing op het deel dat boven de 1 jaar  uitkomt.

Betreft de opgelegde gevangenisstraf 2 jaar of meer, dan geldt de 2/3 regeling voor de gehele straf.

De voorwaardelijke invrijheidstelling zegt het al: er zijn voorwaarden verbonden aan de invrijheidstelling. Deze voorwaarden staan vermeld in artikel 15a Sr. Er kunnen algemene voorwaarden worden verbonden (lid 1), maar er kunnen ook bijzondere voorwaarden aan de invrijheidstelling worden verbonden (lid 2). De algemene voorwaarden gelden voor een ieder. Dit is anders als het gaat om de bijzondere voorwaarden. Het openbaar ministerie neemt de beslissing omtrent het stellen van bijzondere voorwaarden en de directeur van de penitentiaire inrichting adviseert omtrent de te stellen bijzondere voorwaarden.

Aan de algemene en bijzondere voorwaarden is een proeftijd gekoppeld. De proeftijd gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling (artikel 15c lid 1 ). De proeftijd van de algemene voorwaarde is gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, maar bedraagt ten minste een jaar (artikel 15c lid 2). De proeftijd van een bijzondere voorwaarde wordt door het openbaar ministerie vastgesteld, maar is ten hoogste gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend (artikel 15c lid 3).

Wet Straffen en Beschermen

Zoals gezegd is op 23 juni 2020 het wetsvoorstel Straffen en Beschermen aangenomen en gaat de v.i. regeling volledig op de schop. Door de nieuwe regeling komen veroordeelden van zware misdrijven niet meer vanzelfsprekend na tweederde van hun straf voorwaardelijk vrij. De v.i. wordt namelijk beperkt tot maximaal 2 jaar. Nu kan de v.i. nog oplopen tot 10 jaar. Daarnaast zal de v.i. niet van rechtswege meer ingaan. Het openbaar ministerie zal vanaf dan voor iedere individuele veroordeelde beslissen of de v.i. aan de orde is. Hierbij zal met name gekeken worden naar het gedrag van de veroordeelde binnen de penitentiaire inrichting, de belangen van het slachtoffer en het gevaar voor de maatschappij. Goed gedrag binnen de penitentiaire inrichting wordt beloond en dat zorgt er voor dat veroordeelden vanaf dag één actief en gericht aan de slag moeten/kunnen met hun re-integratie, aldus de minister. Daarbij wordt tevens benadrukt dat er ook meer hulp komt voor veroordeelden. Denk hierbij aan grip op schulden, onderdak, zorg en werk. De wet treedt naar verwachting op 1 mei 2021 in werking en dan zal moeten blijken of hetgeen de minister voor ogen heeft en mooi heeft verwoord in de praktijk ook daadwerkelijk haalbare kaart is.

3 oktober 2020 Blog